Wat is asbest?

Asbest is een verzamelnaam voor in de natuur voorkomende mineralen met een vezelstructuur. Bekijken we zo'n vezel onder de microscoop, dan zien we dat deze weer is opgebouwd uit uiterst kleine vezeltjes, ook wel naaldjes genoemd. De meest voorkomende soorten asbest zijn: witte (chrysotiel), bruine (amosiet) en blauwe (crocidoliet). Asbest heeft vele goede eigenschappen. Het is onder andere isolerend, brandwerend, slijtvast en sterkteverhogend.

Tot circa 1980 is het in de bouw op ruime schaaltoegepast, daarna nog tot 1993 incidenteel. Voorbeelden van verwerking van asbest in bouwmaterialen zijn: platen voor gevels, wanden, plafonds en daken, vensterbanken, vloerzeil, leidingen en vulmiddel in verf en plasters. Daarnaast is het veel gebruikt in de installatietechniek voor de isolatie van leidingen en voor pakkingen en koord tussen flenzen. In bouwmateriaal komt asbest in twee vormen voor: in hechtgebonden vorm, dat wil zeggen in combinatie met meestal cement (bijvoorbeeld golfplaten en vensterbanken) en in min of meer losse vorm (bijvoorbeeld zachte platen en isolatiekoord).

Wat is het gevaar van asbest?

Asbestnaaldjes zijn zo licht, dat ze gemakkelijk in de lucht kunnen gaan zwermen. Wanneer ze dan worden ingeademd, kunnen ze tot diep in de longen doordringen. Afhankelijk van de natuurlijke aanleg van de persoon en verder van de afmeting en aard van de naaldjes, kan het asbest op termijn (soms pas na 30 jaar!) een vorm van longkanker veroorzaken. Gelukkig zijn niet alle naaldjes schadelijk en dringen zij ook niet altijd diep in de longen door. Maar hoe vaker iemand aan asbest wordt blootgesteld, des te groter wordt de kans dat die persoon daar ziek van wordt. Om die reden heeft de wetgever het be- en verwerken van asbest verboden en tegelijkertijd bepaald dat mensen die beroepshalve asbest moeten verwijderen, dat alleen mogen doen onder stringente beschermende condities en wel zo zorgvuldig, dat zijzelf, derden en het milieu daarbij geen gevaar lopen.